De Amsterdamse School in Tilburg

Theresia Lyceum Tilburg - Amsterdamse School 

 

De 4 belangrijkste kenmerken van de Amsterdamse School: origineel materiaalgebruik (bijv. dakpannen op de gevel), gevelwelvingen (zoals o.a. bij de Dageraad), paraboolvormige bogen en het laddervenster.

De Amsterdamse School, is ontstaan aan het begin van de vorige eeuw. Het is de verzamelnaam voor een heterogene groep architecten, interieurkunstenaars en beeldhouwers tussen 1910 en 1930 in Amsterdam die in expressionistische stijl ontwierpen. De benaming "Amsterdamse School" suggereert dat er sprake was van een school, maar in feite was het een ongestructureerde beweging van verschillende architecten die hun eigen ideeën hadden over vormgeving en over architectuur,.
Eigenlijk kun je beter spreken van Hollands Expressionisme.

Men maakte daarbij gebruik van decoratieve vormen zoals beeldhouwwerk, glas-in-lood en siersmeedwerk . Heel herkenbaar was het decoratieve metselwerk, zoals dakpannen tegen de gevels plaatsen, het maken van verschillende kleurencombinaties.  Bij de huizen golfden de baksteenlagen - de baksteenarchitectuur van de Amsterdamse School - en de meubels waren van zware donkere houtsoorten gemaakt. Een en ander moest leiden tot een zogenaamde Gesamtkunstwerk (Totaal kunstwerk).

Het begrip Amsterdamse School werd in 1916 door de architect, schilder, tekenaar en redacteur
J. Gratema geïntroduceerd en heeft zich gehandhaafd, ofschoon de architecten van de Amsterdamse School het niet of zelden gebruikten. Zij waren geen gesloten groep met een gemeenschappelijk manifest.

De Amsterdamse School greep vaak terug op de Middeleeuwen met baksteen, massieve vormen, bogen, torens, de Engelse Arts and Crafts Movement, de opkomende nieuwe architectuur in Duitsland en Scandinavië, maar ook op de kunst in  Nederlands-Indië.  De stroming was een reactie op de chaotische volkswoningbouw van de 19e eeuw en het rationalisme van Berlage dat volgens de Amsterdamse School te strak en te zakelijk was.  De architecten van de Amsterdamse School zetten zich in voor een meer expressionistische architectuur met veel romantiek en fantasie.

Wat de Amsterdamse School onderscheidt van zijn expressionistische Europese tegenhangers,  is het politieke en maatschappelijke klimaat dat was ontstaan, waardoor de meest uitgesproken en unieke voorbeelden van de stijl de sociale woningbouwblokken zijn.

Het  eerste gebouw dat volledig in de stijl van de Amsterdamse School is gebouwd was het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade.  Het werd van 1913-1916 gemaakt door Michel de Klerk, Piet Kramer en Johan Melchior van der Meij. Alle drie hebben zij als jonge architecten gewerkt op het bureau van Eduard Cuypers, J.M. van der Mey en G.F. la Croix. Het bureau was van 1899-1928 gevestigd in het door Ed. Cuypers zelf ontworpen huis aan de Jan Luykenstraat 2-2A in Amsterdam, vlak naast het naast het Rijksmuseum.  De stijl is te herkennen aan het overvloedige metselwerk langs schoorstenen, daklijsten en kozijnen en het ontwerp van de hoeken.  

Het Scheepvaarthuis werd oorspronkelijk gebouwd als gezamenlijk kantoor voor zes Amsterdamse scheepvaartmaatschappijen. Johan van der Mey heeft het ontworpen als gebouw dat hun macht weerspiegelde. 

De architecten van de Amsterdamse School hebben zich vooral beziggehouden met de volkswoningbouw. Door de Woningwet (1901) werden steden namelijk gedwongen om de vaak erbarmelijke leefomstandigheden van arbeiders te verbeteren.

De Woningwet moest een einde maken aan de woonellende in de volkswijken. De wet stelde eisen aan de kwaliteit van huurwoningen en buurten. Bedompte stegen moesten plaats maken voor ruime straten. Arbeiders moesten in tuindorpen gezond in het groen kunnen leven. Rijen smalle, grauwe woonhuizen moesten worden omgevormd tot arbeiderspaleizen.
Zij werden hierbij bijgestaan door  bevlogen politici, kapitaalkrachtige ondernemers en de opkomende arbeidersbeweging.  Hun gebouwen boden een combinatie van architectuur en kunst. 

 Voorbeelden hiervan zijn de vier monumentale volkswoningbouwcomplexen van Michel de Klerk in het Spaarndammerplantsoen.  en in samenwerking met Pieter Lodewijk Kramer, "De Dageraad", een woningcomplex aan de P.L. van der Takstraat en de Burg. Tellegenstraat en "Plan Zuid" naar een ontwerp van Berlage en  Amsterdam-West (Mercatorplein, De Baarsjes)

 Tegelijkertijd nam de Gemeente Amsterdam de verfraaiing van de stad ter hand: bruggen en straatmeubilair in de stijl van de Amsterdamse school werden ontworpen.

Andere hoogtepunten van de Amsterdamse School buiten Amsterdam zijn Park Meerwijk in Bergen, de gebouwen voor de universiteit Wageningen door C.J. Blaauw, 't Reigersnest in Oostvoorne van P. Vorkink en Jac. Wormser en de Bijenkorf te Den Haag van Piet Kramer.

 De periode tussen 1919 en 1928 werd beheerst door massale woningbouw en stadsplanning. In tal van steden werd toen in deze stijl gebouwd, vooral woningen en scholen.  Na omstreeks 1930 (crisis) zijn de versieringen veel eenvoudiger in detaillering en vormgeving. De versieringen in beeldhouwwerk, smeedwerk en metselwerk, hoofdkenmerken van de Amsterdamse School, ontbreken hier bijna geheel.

Hoewel aanvankelijk vooral in Amsterdam geconcentreerd, verspreidde de stijl zich door geheel Nederland, vooral door toedoen van de tijdschriften Architectura en Wendingen.

Via deze website gaan wij in Tilburg op zoek naar bouwwerken die in de stijl van de Amsterdamse School werden gebouwd.

- Amsterdamse school in Goirle.

Foto's, tenzij anders vermeld, © Ed Vos, Tilburg,


Tilburg Beste Binnenstad